Wat is oro-myofunctionele therapie (OMFT)?

Dit is een oefentherapie die gericht is op het herstellen van een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren in en om de mond. In zijn algemeenheid kunnen we zeggen dat afwijkend mondgedrag veel tandheelkundige, orthodontische en logopedische afwijkingen kan veroorzaken. Het vroegtijdig herkennen en afleren van dit afwijkend gedrag kan veel ongemakken later besparen. Deze therapie pakt daarmee de oorzaak aan van een of meerdere problemen en niet alleen de gevolgen van het verkeerde evenwicht. Andere therapieën, zoals articulatie therapie, orthodontie of een chirurgische kaakcorrectie, kunnen daardoor later een blijvend resultaat opleveren.
Wil je meer weten over de oorzaken? Klik hier

Intake en onderzoek

Een cliënt die door de tandarts of orthodontist naar de logopedist is verwezen, krijgt eerst een intake-gesprek
om te achterhalen wat de mogelijke oorzaken van de klacht zijn.

Er worden vragen gesteld die betrekking hebben op:

  • de ontwikkeling van het mondgedrag…..is er bijv. sprake van mond- of neusademhaling? Wordt er geduimd of gespeend?
  • het eten en slikgedrag…..is de slikbeweging afwijkend of zijn er andere problemen bij het slikken? Hoe is de rustpositie van de tong? Is het tongriempje niet te kort?
  • eventuele keel-, neus- en oorproblemen…..is de neusweg voldoende doorgankelijk?
  • de uitspraak…..is er sprake van een onjuiste vorming van klanken als [n,t,d,l,s,z]?

Daarna wordt het functioneren van de mondspieren, het slikken en de tongpositie in rust onderzocht door middel van specifieke metingen:

  • Paynetechniek…..bedoeld om het slikken nader te bekijken. Er wordt op verschillende plekken op de tong fluoriserende pasta gedaan, waarna gevraagd wordt te slikken en vervolgens de tong weer uit te steken. Met een speciale lamp is dan te zien hoe er geslikt is.
  • Force scale…..bedoeld om de lipspanning te meten. Het gaat hier om een trekveer gekoppeld aan een knoop met een touwtje. De knoop wordt plat, voor tegen de tanden geplaatst en moet met de lippen stevig vastgehouden worden. De logopedist legt vervolgens een duim op de kin en de vingers tegen de onderkaak en trekt de knoop uit de mond. Op de trekveer is vervolgens af te lezen hoe sterk de lipspieren zijn. Voor kinderen tot 10 jaar is 5 pond een goede spanning, voor personen ouder dan 10 jaar is 6 pond voldoende.
  • Myoscanner…..met dit apparaat wordt de sterkte van een aantal gezichtsspieren en tong gemeten. Zo wordt het apparaat bijv. tegen de wang gehouden en de cliënt gevraagd de kiezen stevig op elkaar te bijten. Op de computer kan vervolgens de sterkte van de spier afgelezen worden.
  • Er worden tevens enkele foto’s gemaakt en geobserveerd hoe het gebit eruit ziet. Ook de lichaamshouding wordt geobserveerd.

Behandeling

Na de intake en het onderzoek kan de oromyofunctionele therapie starten. Deze bestaat uit een aantal stappen:

  • Het afleren van afwijkend mondgedrag als duim- en vingerzuigen, speenzuigen en mondademen
  • Het aanleren van een verbeterde tongpositie in rust
  • Het aanleren van een correct slikpatroon
  • Optimaliseren van de uitspraak……….als gevolg van afwijkend mondgedrag en verkeerd slikken worden klanken als [t,d,n,l,z en s] soms verkeerd uitgesproken
  • Het automatiseren van het nieuwe mondgedrag. Het nieuwe gedrag moet ingeslepen worden in het dagelijks leven.

Tijdens de therapie kan er gebruik gemaakt worden van zogenaamde trainers:

Deze worden gebruikt om de spierkracht van de lippen te vergroten, lipsluiting te bevorderen en neusademhaling
te stimuleren, de juiste tongpositie in rust te stimuleren en een correcte slik te faciliteren.

Door middel van herhaalde specifieke metingen en foto’s worden de resultaten nauwkeurig bijgehouden.
Gemiddeld zijn er ongeveer 15 behandelingen nodig. Hierbij wordt een intensief huiswerkprogramma meegegeven.

Oro-myofunctionele therapie kan op kleuterleeftijd gestart worden maar in de praktijk blijkt dat vanaf een leeftijd
van 7-8 jaar de therapie veel soepeler verloopt omdat deze leeftijdsgroep beter zelfstandig kan oefenen.
Hoe eerder de tandarts en/of orthodontist signaleert en verwijst, hoe minder groot het probleem kan uitgroeien.

Soms zal een orthodontische voorbehandeling nodig zijn voordat de logopedist met de therapie kan starten. Bijvoorbeeld wanneer de bovenkaak te smal is, waardoor er  geen of onvoldoende ruimte is om de tong naar boven aan te zuigen (nodig bij een goede slikbeweging). In dat geval zal de tandarts of orthodontist eerst met een speciale beugel een verbreding van de bovenkaak moeten uitvoeren om ruimte voor de tong te maken.

Aan de andere kant is oromyofunctionele therapie nodig om de spieren van gezicht en tong zo sterk te maken dat gebitsafwijkingen als een open beet makkelijker gecorrigeerd kunnen worden.

Een goede samenwerking tussen de tandarts, de orthodontist en de logopedist is van groot belang om zowel de logopedische behandeling als het orthodontisch traject met succes te laten verlopen.

 

       

 

 

 

 

 

 

 

       

 

 

 

         logo_logovision.png